Democratie is geen drukte!

maandag 23 januari 2012 23:48
Door Jan Atze Nicolai

In de discussie over de inkrimping van het openbaar bestuur wordt -samen met de ministers, gedeputeerden, wethouders en de ambtenaren- de omvang van de volksvertegenwoordiging bijna vanzelfsprekend meegenomen. Er moeten minder Raads- Staten- en Kamerleden komen, aldus het huidige kabinet. De regering gaat de strijd aan met de ‘bestuurlijke drukte’.

 

Het voorstel lijkt op het eerste gezicht consequent en redelijk, maar dat is het niet. De volksvertegenwoordiging is nooit meegegroeid met het aantal inwoners van provincie, stad en land. Na gemeentelijke herindelingen zijn er altijd minder raadsleden overgebleven, in verhouding tot het aantal inwoners van een gemeente. En hoe zit het landelijk? Nederland had pakweg 100 jaar geleden nog 6 miljoen inwoners. En destijds waren er ook al 150 Tweede Kamerleden.

 

Maar naast dit praktische motief is er een principiëler argument om de omvang van de volksvertegenwoordiging ongemoeid te laten. Een volksvertegenwoordiger moet en mag niet op één hoop gegooid worden met het uitvoerend openbaar bestuur van Nederland. In ons democratisch systeem controleren Raden, Staten en Kamers de heerschappij van de overheid. Wilt u een kwart tot de helft minder controle van de macht? Het kabinet verwart bestuurlijke drukte met democratisch toezicht.

 

Raden, Staten en de Tweede Kamer zijn in onze democratie de hoogste organen van gemeente, provincie en land. Het is niet goed dat zij zich (laten) vereenzelvigen met het openbaar bestuur wat zij controleren. En als de burger of de volksvertegenwoordiging geen onderscheid kan maken tussen de gekozen controleur en de invloed van de bestuurder, is de machtsbalans in een rechtsstaat zoek. Gebrek aan afstand tussen volksvertegenwoordiging en openbaar bestuur leidt tot een onzichtbaar politiek apparaat dat vooral goed voor zichzelf zorgt. Laat dit helaas het beeld zijn dat domineert, en wat de gekozen politici kunnen weerleggen en bestrijden.

 

Toegegeven: het aantal volksvertegenwoordigers per stad of land is een ooit min of meer willekeurig gekozen aantal. En om die reden zouden we het ieder moment kunnen heroverwegen. Maar dit meenemen in de discussie over de omvang van het ambtelijk en bestuurlijk apparaat is het enige verkeerde moment.