Het kabinet van VVD en CDA gaat het wetsvoorstel voor een verbod op gelaatsbedekkende kleding ter instemming verzenden naar de Tweede Kamer. Het belangrijkste adviesorgaan van de regering –de Raad van State- had kritiek op het voorstel, maar het kabinet houdt het oordeel van de Raad van State voorlopig geheim. De ministersploeg houdt voet bij stuk.
De wet is nutteloos. In menig plaatselijke verordening (gemeentelijke wetgeving) staat dat het verboden is om onherkenbaar of gemaskerd te zijn in de openbare ruimte. Ieder moment van de dag kan de politieleiding in een gemeente besluiten om onherkenbare mensen te ontmaskeren en/of aan te houden, omdat er zorgen zijn over de openbare orde.
Afgelopen jaar nog werden er door agenten in het Limburgse Roermond tijdens carnaval een aantal maskers in beslag genomen, omdat de politie kwaadaardige bedoelingen vermoedde (poging tot diefstal) achter de vermomming. Op de vervolgvraag of de politie in Roermond ook Boerka’s in beslag ging nemen, vermeldde de woordvoerder dat hij in Roermond nog nooit een Boerka had gezien.
Desalniettemin functioneerde de plaatselijke verordening zoals het hoorde. De overheid moet mensen die zich verdacht gedragen aan kunnen houden. En onherkenbaarheid kan verdacht zijn.
De aangehouden gemaskerde kan zich niet beroepen op de vrijheid van godsdienst, of de vrijheid van vereniging of festiviteiten. De wet beperkt per definitie individuele vrijheden. Als iets eenmaal verboden is mag niemand het. Iedere burger kan hierop aangesproken worden. Zo simpel is het. Iedereen is voor de wet gelijk.
Maar dit geldt eveneens voor de staat. De overheid dient neutraal en ‘godsdienstblind’ naar de burger te kijken. Er is gerede twijfel of de huidige regering dit doet met de nieuwe voorgestelde wetgeving.
De minister gebruikt weliswaar de term ‘gelaatsbedekkende kleding’ -in plaats van Boerka’s of religieuze kleding- in een poging om de wet neutraal correct te formuleren.
Dit is inmiddels ongeloofwaardig. De intenties van de wet liggen er duimendik bovenop. Het gaat over Boerka’s. De minister van veiligheid doet niet eens een poging dit te weerspreken. Het kabinet geeft zelfs nadrukkelijk aan dat het niet gaat om carnavalskleding of winterse bivakmutsen. Hier worden uitzonderingen voor gemaakt in het voorstel. De gemaskerde carnavalsdieven van Roermond verdienen kennelijk een betere rechtsbescherming.
Nogmaals; ik ben er helemaal voor dat verdachte gemaskerde mensen aangehouden worden. Maar het probleem van onherkenbare verdachte mensen wordt nu versimpeld tot een ‘Boerkaboete’. Wordt het land daar veiliger van?
Door deze houding van de regering én de achtergrond van het voorliggende verbod is de gemaskerde wetgeving niet effectief, en bovendien ordinaire discriminatie.





